Ezechiël 37:1-14 is een boeiend en indrukwekkend visioen.
Daarin ziet de profeet een dal dat bezaaid ligt met dorre doodsbeenderen. Over
de uitleg hiervan is helaas veel verwarring ontstaan. Sommigen zijn het spoor
geheel bijster. Maar dat is nergens voor nodig, omdat de Here God Zelf aan de
profeet het visioen verklaart. Door te lezen wat er staat, kan dit door
iedereen begrepen worden.De beenderen zijn Israël
Het profetische Woord van God is duidelijk dat Zijn
plannen met Israël niet zijn afgedaan, maar slechts zijn uitgesteld (Romeinen
11:25-27). Hij komt daarom zowel met de gemeente (een hemels volk) als met
Israël (een aards volk) tot Zijn doel. Daarin is de Zoon van God het Middelpunt
als bron van zegen en vervulling (vgl. Romeinen 11:36 en 2 Korintiërs 1:20).
In het visioen van de dorre doodsbeenderen zien wij ten
diepte Gods genade voor Israël. Immers, het leek met hen gedaan. Alle hoop was
vervlogen, vanwege hun verval in zonde (Psalm 31:11). Maar het komt
uiteindelijk allemaal goed, zowel fysiek als geestelijk. Dat de beenderen
symbolisch heel Israël uitbeelden, blijkt uit wat de Here God Zelf tot de
profeet Ezechiël zegt: 'voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen
zijn het gehele huis Israëls…’ (Ezechiël 37:11a).









