‘Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.’ (2 Petrus 3:8-9).
Leven uit verwachting
De bruiloft van het Lam: 'Wie is de bruid?' (Openbaring 19:6-10)
![]() |
| Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ. |
Wie is de
bruid van het Lam? Dit is een Bijbels onderwerp waar door diverse
profetie-experts verschillend over wordt gedacht. Sommigen denken aan Israël,
anderen aan de Gemeente. Voor beide visies valt het één en ander te zeggen.
Duidelijk is in ieder geval dat de bruid van het Lam het Nieuwe Jeruzalem is
(Openbaring 21:2; 9-10). En dat na de val van Babel de bruiloft van het Lam zal
plaatsvinden.
We lezen in
het Oude Testament verschillende uitdrukkingen die God voor Zijn oude
verbondsvolk Israël gebruikt, bijvoorbeeld: zoon, schapen, wijnstok, bruid,
koninkrijk en priesters (Exodus 4:23; 19:6; Ezechiël 34:11; Jesaja 62:5; Psalm
80:9). Het één sluit het ander niet uit. Israël is het allemaal. Zo vinden we
in het Nieuwe Testament ook allerlei beelden van de Gemeente, bijvoorbeeld als:
kudde, één Lichaam, Gods tempel, zonen van God, levende stenen en bruid
(Handelingen 20:28; Romeinen 12:4; 1 Korintiërs 3:16; Galaten 3:26; 1 Petrus
2:5; Efeziërs 5:22-32). En ook voor de Gemeente geldt dat het één het ander
niet uitsluit.
Duidelijk is
toch wel dat Gods heilsplan met de Gemeente anders is dan met Israël. Immers,
de Gemeente is een organisme, die geroepen en vergaderd is uit allerlei volken
en talen. Haar bestemming is in de hemel (Efeziërs 1:3). Maar Israël is een
land, een volk, met een eigen taal. En heeft een aardse bestemming, in het
toekomstige Vrederijk (Jesaja 60:21).
Wees waakzaam en gereed
Naar de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden.
De meeste Bijbeluitleggers zijn het er wel over eens, dat deze gelijkenis betrekking heeft op de wederkomst van Christus. Verschillend wordt er gedacht over wie de tien maagden uitbeelden. Sommigen menen bijvoorbeeld dat wij in de vijf wijze maagden de bruid van Christus moeten zien.
Wie zijn de tien maagden?
Volgens deze zienswijze wordt de helft van de gelovigen
(de wijze maagden) bij Jezus’ komst opgenomen (1 Thessalonicenzen 4:13-18). De
naamchristenen (de dwaze maagden) blijven achter, omdat zij wereldgelijkvormig
zijn. Duidelijk is dat de Bijbel ons aanspoort Zijn komst te verwachten.
Bekering van boze werken en leven uit verwachting zijn hierin onlosmakelijk met
elkaar verbonden (Titus 2:11-15).
De vraag is echter tot wie de Heere Jezus Zich in de
gelijkenis richt. Het gaat mijns inziens niet over de gelovigen, die tot de
gemeente behoren. De tien maagden zijn namelijk een beeld van het Joodse volk,
aan het einde van de grote verdrukking. Dan is het geestelijk gezien
middernacht. Vervolgens komt Christus als Bruidegom terug en zien wij dat
alleen de wijze maagden tot het bruiloftsfeest mogen toetreden.
De Messiaanse tempel Het visioen van de nieuwe tempel en haar beek - (Ezechiël deel 4)
![]() |
| Illustratie door architect R. Reinders |
Dit zal een groot en modern gebouw vlakbij de stad
Jeruzalem zijn. Van die nog te bouwen tempel sprak de Here Jezus indirect een
profetische waarheid, toen Hij de handelaren van het tempelplein verdreef:
‘Staat er niet geschreven, dat mijn huis een bedehuis zal heten voor alle
volken? Maar gij hebt het tot een rovershol gemaakt’ (Markus 11:17-18, vgl.
Jesaja 56:6-7). In de toekomst zal de nieuwe tempel voor alle volken de
allerheiligste plek op aarde zijn (Jesaja 2:2-5 en Haggai 2:8). Bijzonder is
dat de Messiaanse tempel in opdracht van de Messias gebouwd wordt (Zacharia
6:12-15). Tijdens het millennium zal dit gebouw zich op de top van de berg
bevinden en verheven zijn boven alle bergen en heuvelen op aarde.
De Messiaanse tempel is de vierde tempel. Deze moeten we
niet verwarren met de derde tempel, tijdens de grote verdrukking (Daniël 9:27,
Mattheüs 24:15, 2 Thessalonicenzen 2:4 en Openbaring 13).
De oorlog van Gog en Magog - De eerstvolgende gebeurtenis op Gods profetische kalender? - (Ezechiël deel 3)
Wat of wie is Gog?
Na de boodschap over het dal van de doodsbeenderen en de
hereniging van Juda en Israël (Ezechiël 37), krijgt de profeet opnieuw een
boodschap: ‘Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de
grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem, en zeg: zo zegt de Here
HERE: zie, ik zál u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal!’ (Ezechiël 38:1-2). De
NGB’51 en de HSV vertaalden ‘Ros’ met ‘grootvorst’ en ‘oppervorst’. Hij is de
belangrijkste leider/aanvoerder van een militaire coalitie tegen Israël. De
naam van deze vorst is Gog en hij komt uit het land Magog. Het lijkt dus om een
aards persoon te gaan (1).
Veel Bijbelwetenschappers menen echter dat ‘grootvorst’
vertaald moet worden met: ‘vorst van Ros’. Zo hebben de Willibrord vertalers
(1995) het ook vertaald. Dan is Ros meer dan een titel. Het is een eigennaam
van een specifiek geografisch gebied, namelijk Rusland: ‘Mensenkind, richt uw
blik naar het land Magog, naar Gog, de vorst van Ros, Mesek en Tubal. Profeteer
tegen hem: “Zo spreekt de Heer GOD: Ik kom op u af, Gog, vorst van Ros, Mesek
en Tubal”’ (vers 2-3, WV).
Eén volk, één Koning en één Herder - De hereniging van Juda en Israël - (Ezechiël deel 2)
In dit artikel staan we stil bij het tweede deel van
Ezechiël 37. Daarin voorzegt de Here God dat Juda en Israël als één natie
zullen terugkeren naar het beloofde land (vers 15-28). De profeet Ezechiël
beeldt dit uit door middel van een symbolische handeling. Hij moest twee
stukken hout nemen en die in zijn hand tot één stuk hout samenvoegen, want Juda
en Israël zullen in de toekomst herenigd worden tot één koninkrijk.
Oorspronkelijk bestond Israël uit twaalf stammen. Het
kende ten tijde van koning Salomo een grote bloeitijd. Door zijn
ongehoorzaamheid en ontrouw aan God werd het koninkrijk na zijn dood gesplitst,
in een tien- en tweestammenrijk (931 v. Chr.). Wat zijn zoon Rechabeam
overhield, waren Juda en Benjamin (1 Koningen 11 en 12). In 721 v. Chr. werd
het tienstammenrijk in ballingschap weggevoerd naar Assyrië en in 605 v. Chr.
het tweestammenrijk naar Babel (Daniël 1:1-2). Sinds die tijd is de regering op
de troon van David onderbroken. De Bijbel noemt die periode ‘de tijden der
heidenen’ (Lukas 21:24). In Daniël 2 wordt dit symbolisch uitgebeeld door een
imposant statenbeeld.
Het gehele huis van Israël is sinds hun ballingschap in
Babel, tot op de dag van vandaag, nog nooit teruggekeerd naar Israël. De
terugkeer onder koning Kores, Ezra en Nehemia was slechts een voorvervulling. Ook
tijdens Jezus’ bediening op aarde, waren de meeste Joden en Israëlieten nog
steeds buiten Israël woonachtig.
Wie Gods Woord recht snijdt en kennis heeft van Bijbelse profetie, heeft een zekere hoop en verwachting. Bij Jezus’ wederkomst als Koning zal Hij het koningschap voor Israël herstellen. In Handelingen 3 bevestigt Petrus dit krachtig: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher’ (vers 21). En Jakobus zegt in hoofdstuk 15 dat God Zelf de vervallen hut van David zal herbouwen, en dat Hij dit zal doen in en door Christus, de Messias (vers 16).
De herrijzenis van Israël - Het visioen van de dorre doodsbeenderen - (Ezechiël deel 1)
| "En Hij zeide tot mij: Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven?" |
De beenderen zijn Israël
Het profetische Woord van God is duidelijk dat Zijn
plannen met Israël niet zijn afgedaan, maar slechts zijn uitgesteld (Romeinen
11:25-27). Hij komt daarom zowel met de gemeente (een hemels volk) als met
Israël (een aards volk) tot Zijn doel. Daarin is de Zoon van God het Middelpunt
als bron van zegen en vervulling (vgl. Romeinen 11:36 en 2 Korintiërs 1:20).
In het visioen van de dorre doodsbeenderen zien wij ten
diepte Gods genade voor Israël. Immers, het leek met hen gedaan. Alle hoop was
vervlogen, vanwege hun verval in zonde (Psalm 31:11). Maar het komt
uiteindelijk allemaal goed, zowel fysiek als geestelijk. Dat de beenderen
symbolisch heel Israël uitbeelden, blijkt uit wat de Here God Zelf tot de
profeet Ezechiël zegt: 'voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen
zijn het gehele huis Israëls…’ (Ezechiël 37:11a).
Daniël - Gods weg met Israël en de volken - Nu te downloaden!
![]() |
| Het boek is hier te downloaden. |
Opname van de gemeente: Bijbelse 'escape'?
![]() |
| Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ. |
Anderen noemen de Opname vóór de Verdrukking een ontsnappingstheorie, die slechts bedacht is door mensen. Als liefhebber van het profetische Woord van God raakt het mij diep van binnen dat de ‘zogenaamde’ opname-theorie ook nog eens ‘antisemitisch’ zou zijn.
De bedelingenleer (Het dispensationalisme)
Bij het bestuderen van het Woord van God is het belangrijk dat we Schrift met Schrift vergelijken. Als we dat doen, verklaart de Schrift Zichzelf (2 Timoteüs 3:16-17). De meest eenvoudige uitleg is: lezen wat er staat (2 Petrus 1:20). Natuurlijk hebben we daarbij de hulp van de Heilige Geest nodig. Want zonder Gods Geest kunnen we het Woord niet goed verstaan (1 Korintiërs 2:14). Gebed is daarbij nodig. We mogen Hem vragen Zijn Woord te begrijpen en dit ook in praktische zin te verstaan, bijvoorbeeld voor in onze levenswandel (Psalm 119:105). Zo zijn veel gerespecteerde Bijbeluitleggers ervan overtuigd, dat de ‘bedelingenleer’ ons helpt om het Woord in het juiste perspectief te verstaan. Want hoewel ‘Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is’ (Hebreeën 13:8) doet Hij niet altijd dezelfde dingen.
De volmaakte eeuwigheid - Jeep van der Schoot
Deze video gaat over de nieuwe hemel, de nieuwe aarde en het nieuwe Jeruzalem. De Schriftgedeelten hiervoor zijn 2 Petrus 3 en Openbaring 21.
De drie dagen
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen
drie belangrijke profetische perioden: de 'dag van Christus' (de opname), de
'dag des Heren' (de grote verdrukking en het duizendjarig rijk) en de 'dag
Gods' (de volmaakte eeuwigheid na het laatste oordeel).
Troost en het einde van het lijden
De diepe troost die God zal bieden, wordt benadrukt. Hij zal alle tranen afwissen, en zaken als
de dood, rouw, geklaag en moeite zullen niet meer bestaan.
De stad Babel in de eindtijd - Openbaring 18-19:1-5
In het gebied waar Babel was gelegen, lag eertijds waarschijnlijk de hof van Eden. Hier werd de eerste zonde begaan en begon de afvalligheid en opstand tegen God. Deze locatie had satan als hoofdkwartier gekozen in zijn opstand tegen God. De toren van Babel werd gebouwd en de mens wilde naam maken en voor zichzelf een monument en pronkwerk hebben dat tot aan de hemel moest reiken. Nimrod, ‘een geweldig jager’ en type van de antichrist, bouwde Babel en regeerde over zijn koninkrijk. Enkele bekende koningen en vorsten die Babel als hoofdstad van hun koninkrijk hebben gehad, waren bijvoorbeeld: Nebukadnezar, Kores, Ahasveros en Alexander de Grote.









