 |
| Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ. |
Ongetwijfeld is dit één van de moeilijkste hoofdstukken
uit Openbaring. De moeilijkheid zit in het hemelteken. Veel gerespecteerde
uitleggers grijpen hier terug in de tijd, omdat zij het visioen als
boventijdelijk beschouwen (vers 1-5). Anderen houden vast aan de chronologische
tijdlijn, door het hemelteken te betrekken op de Grote Verdrukking. Vers 1-6
wordt door hen gezien als de basistekst, waar in vers 7-18 aanvullend
commentaar op wordt gegeven. Belangrijk is dat we begrijpen dat de hoofdstukken 12-14
elkaar enigszins kunnen overlappen.
De ziener bevindt zich hier in het midden van de Laatste
Jaarweek. Er is dan nog drieënhalfjaar (een tijd, tijden en een halve tijd) te
gaan tot het einde. Belangrijk is dat we opmerken dat vers 19 van Openbaring 11
aansluit op het hemelteken van Openbaring 12: ‘En de tempel Gods, die in de
hemel is, ging open en de Ark van Zijn Verbond werd zichtbaar in Zijn tempel…’
Aansluitend hierop zag Johannes een groot teken in de hemel, namelijk een vrouw
met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren
boven haar hoofd (vers 1). Wat heeft dit te zeggen?
De vrouw is Israël
Velen denken dat de vrouw een symbolisch beeld is van de
Kerk of de maagd Maria. Maar de Kerk heeft geen mannelijk wezen gebaard en
Maria vluchtte niet naar de woestijn, maar naar Egypte. De Schrift die Zichzelf
verklaart verwijst ons naar de droom van Jozef: ‘
Hij zeide: Nu heb ik weer een
droom gehad, en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer’
(Genesis 37:9). In de zon zien wij vader Jakob, in de maan moeder Rachel en in
de elf sterren, waarvan Jozef de twaalfde is, de twaalf zonen van Israël. Eens
zullen alle stammen Israëls zich voor de ware Jozef, Jezus Christus, neerbuigen
(Zacharia 12:10). Het kan daarom niet anders dan dat de vrouw Israël is.