De stad Babel in de eindtijd - Openbaring 18-19:1-5


Illustratie Jos Vanspauwen. Arie Kleijne: Jezus komt, blz. 76.
Openbaring 17 gaat over het systeem Babel. Een voor de wereld verborgen systeem dat alle wereldheerschappijen inspireert (vers 1-2). Openbaring 18 gaat over Babel als stad. Babel was gevestigd in het land Sinear aan de grote rivier de Eufraat, ongeveer 75 km ten zuiden van Bagdad in het tegenwoordige Irak. Babel en Jeruzalem zijn vanaf het begin elkaars tegenpolen. Zo wordt in de Schrift de antichrist ‘de koning van Babel’ genoemd (Jesaja 14:4) en is Jeruzalem de stad van de grote Koning (Psalm 48:3; Matteüs 5:35).

In het gebied waar Babel was gelegen, lag eertijds waarschijnlijk de hof van Eden. Hier werd de eerste zonde begaan en begon de afvalligheid en opstand tegen God. Deze locatie had satan als hoofdkwartier gekozen in zijn opstand tegen God. De toren van Babel werd gebouwd en de mens wilde naam maken en voor zichzelf een monument en pronkwerk hebben dat tot aan de hemel moest reiken. Nimrod, ‘een geweldig jager’ en type van de antichrist, bouwde Babel en regeerde over zijn koninkrijk. Enkele bekende koningen en vorsten die Babel als hoofdstad van hun koninkrijk hebben gehad, waren bijvoorbeeld: Nebukadnezar, Kores, Ahasveros en Alexander de Grote.

Het systeem Babel: een geheimenis - Openbaring 17

Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ.
In Openbaring 17 en 18 zien wij dat Babel twee betekenissen heeft. Zo heeft het een geestelijke betekenis, als goddeloos systeem, maar ook een fysieke betekenis, als stad. Beide hoofdstukken wijken uit in de chronologie (zie Gods oordeel over Babel in hoofdstuk 16:17-21). Dit hoofdstuk gaat over Babel als systeem. Een systeem dat de Bijbel een ‘geheimenis’ noemt en dat gelijk staat met hoererij en alle gruwelen die op de aarde gedaan worden (vers 5).

In de sterke verklaring van Huib Verweij op Openbaring (de terugkeer van Jezus Christus, blz. 197), zegt de auteur dat Babel zowel mannelijk als vrouwelijk is. Het mannelijke Babel is een politieke eenheid, dat is het beest en het vrouwelijke Babel is de valse religie, dat is de grote hoer. Het dienen van andere goden wordt door de profeten in het Oude Testament vergeleken met hoererij. Dit is een gruwel voor God, waar Zijn volk Israël en ook Christus’ Gemeente zich voor moet bewaren. De apostel Paulus zegt in 2 Tessalonicenzen 2: ‘Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn’ (vers 15, vgl. Filippenzen 4:8-9).

De hoer en de bruid
Christus zal huwen met een reine bruid, die fysiek wordt uitgebeeld door het Nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:2, 9-10). De bruid van de duivel wordt vergeleken met een hoer, die in de eindtijd fysiek wordt uitgebeeld door de herbouwde stad Babel. Oorspronkelijk was Babel gelegen in het land Sinear. Daar begon de opstand tegen God (Genesis 10:9-10; 11:1-9) en daar zal het ook eindigen, voordat Christus het Koningschap aanvaardt en Zijn bruiloft is gekomen (Openbaring 19:6-7). Bijbels gezien heeft Babel geografisch een enkelzijdige betekenis.

De antichrist en het herstelde Romeinse rijk - Openbaring 13

Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ.
Johannes zag dat de draak op de aarde werd geworpen, kwam er een vreselijk bloeddorstig beest uit de zee. Daarna zag hij een ander beest, dat opkwam uit de aarde. Het eerste beest is een grote politieke, economische en militaire wereldmacht (vers 4), maar ook een persoon, de antichrist. Het tweede beest is de valse profeet, de rechterhand van de antichrist. We bevinden ons hier in het midden van ‘Laatste Jaarweek’, vlak nadat de zevende engel de zevende bazuin heeft geblazen (Openbaring 11:15).

In Openbaring 12 en 13 komen we drie vreselijke beestmonsters tegen. Dit is een satanische drie-eenheid. De duivel probeert hiermee de heilige Drie-eenheid van God na te bootsen. In Openbaring 12 lezen we over de draak en in Openbaring 13 over het beest uit de (volken)zee en het beest uit de aarde, of het Land (Hebr.: Erets, wordt waarschijnlijk Israël mee bedoeld). Hierin herkennen we de draak als anti-god, het beest als anti-zoon en de valse profeet als, anti-geest. Immers, de vader der leugen is de duivel, de zoon des verderfs is de antichrist en de geest van de tegenstander van God is de geest van de antichrist. Zie Johannes 8:44; 2 Tessalonicenzen 2:3; 1 Johannes 4:3.

Een groot teken in de hemel - Openbaring 12

Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ.
Ongetwijfeld is dit één van de moeilijkste hoofdstukken uit Openbaring. De moeilijkheid zit in het hemelteken. Veel gerespecteerde uitleggers grijpen hier terug in de tijd, omdat zij het visioen als boventijdelijk beschouwen (vers 1-5). Anderen houden vast aan de chronologische tijdlijn, door het hemelteken te betrekken op de Grote Verdrukking. Vers 1-6 wordt door hen gezien als de basistekst, waar in vers 7-18 aanvullend commentaar op wordt gegeven. 
Belangrijk is dat we begrijpen dat de hoofdstukken 12-14 elkaar enigszins kunnen overlappen.

De ziener bevindt zich hier in het midden van de Laatste Jaarweek. Er is dan nog drieënhalfjaar (een tijd, tijden en een halve tijd) te gaan tot het einde. Belangrijk is dat we opmerken dat vers 19 van Openbaring 11 aansluit op het hemelteken van Openbaring 12: ‘En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de Ark van Zijn Verbond werd zichtbaar in Zijn tempel…’ Aansluitend hierop zag Johannes een groot teken in de hemel, namelijk een vrouw met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren boven haar hoofd (vers 1). Wat heeft dit te zeggen?

De vrouw is Israël
Velen denken dat de vrouw een symbolisch beeld is van de Kerk of de maagd Maria. Maar de Kerk heeft geen mannelijk wezen gebaard en Maria vluchtte niet naar de woestijn, maar naar Egypte. De Schrift die Zichzelf verklaart verwijst ons naar de droom van Jozef: ‘Hij zeide: Nu heb ik weer een droom gehad, en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer’ (Genesis 37:9). In de zon zien wij vader Jakob, in de maan moeder Rachel en in de elf sterren, waarvan Jozef de twaalfde is, de twaalf zonen van Israël. Eens zullen alle stammen Israëls zich voor de ware Jozef, Jezus Christus, neerbuigen (Zacharia 12:10). Het kan daarom niet anders dan dat de vrouw Israël is.

Opname en Wederkomst - Een groot verschil


Veel christenen zien het verschil niet tussen de opname van de gemeente en de wederkomst van Christus. Volgens hen zal onze vereniging met Hem bij Zijn wederkomst plaatsvinden. Daarbij wordt ook verschillend gedacht of wij Hem wel of niet letterlijk tegemoet zullen gaan in de lucht.

Het is algemeen bekend dat wij bij Het Zoeklicht de opname en de wederkomst wel van elkaar onderscheiden, omdat wij onderscheid zien tussen Gods plan met Israël en de gemeente.

De verschillen in het kort
De opname gaat over Christus komst voor Zijn gemeente. Dan worden Christus (het Hoofd) en de gemeente (het Lichaam van Christus) met elkaar verenigd, namelijk op de wolken in de lucht. Dit zal vóór de Grote Verdrukking plaatsvinden (Openbaring 3:10). Want wij verwachten Hem als Verlosser (Filippenzen 3:20-21) en Zijn niet bestemd tot oordeel (1 Thessalonicenzen 1:10 en 5:9).
Bij Christus wederkomst komt Hij terug op aarde, met een ijzeren staf, als Rechter en Koning (Openbaring 19:11-16). Dan zal elke oog Hem zien wederkomen en zet Hij zijn voeten op de Olijfberg (Zacharia 14:4 en Openbaring 1:7). Alle heerlijke beloften voor Israël, over het Messiaanse rijk en de Koning-Messias, zullen dan ook daadwerkelijk in vervulling gaan (vgl. Handelingen 1:6 en Jeremia. 32:42). Zie je hoe duidelijk de verschillen zijn?

'Zicht voor kids op eindtijd en profetie' - complete serie op de website

Eind vorig jaar is er al eens aandacht besteed op deze website aan de serie 'Zicht voor kids op eindtijd en profetie'. Dat artikel is hier terug te lezen. Inmiddels staat de complete serie online op de website van Het Zoeklicht.
De serie is geschreven door Wendy Born. Wij zijn dankbaar dat Wendy ons als gezin gevraagd heeft op de achtergrond mee te mogen lezen om haar zo te kunnen ondersteunen bij het schrijven.

'Zicht voor kids op eindtijd en profetie' is een webserie bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 11 tot ongeveer 13 jaar. Het is belangrijk om deze jongeren kennis te laten maken met de heerlijke hoop die wij hebben als gelovigen in Gods plan met de wereld.

De serie is heel geschikt voor gezinnen, zondagsscholen en kindernevendiensten. Maar eigenlijk is het ook geschikt voor christenen die nog niet zo bekend zijn met de materie over de eindtijd, het profetische woord en de bedelingen (heilsperioden). In feite is het dus prima geschikt voor alle leeftijden! De bijbehorende tijdlijn die bij elk deel terug te vinden is op de website, maakt het geheel extra overzichtelijk. Bij het afsluitende deel zijn alle tekstverwijzingen toegevoegd zodat er een overzichtelijke tijdlijn is ontstaan van Gods profetische plan met Israël en de gemeente in verleden, heden en toekomst.

In de toekomst zal de hele serie onderdeel worden van een compleet programma voor de genoemde doelgroep. Wil je hiervan op de hoogte blijven, houd dan de website in de gaten of schrijf je in voor de nieuwsbrief die onderaan de homepage van de website van Het Zoeklicht te vinden is.

Wees waakzaam en gereed

Naar de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden. 

De Heere Jezus sprak regelmatig in gelijkenissen, dat deed Hij om geestelijke waarheden duidelijk te maken. Zo wordt de gelijkenis over de tien maagden met een Joodse bruiloft vergeleken (Mattheüs 25:1-13). Extra nadruk ligt hierbij op waakzaamheid en gereedheid van de maagden, bij het wachten op de komst van de bruidegom.

De meeste Bijbeluitleggers zijn het er wel over eens, dat deze gelijkenis betrekking heeft op de wederkomst van Christus. Verschillend wordt er gedacht over wie de tien maagden uitbeelden. Sommigen menen bijvoorbeeld dat wij in de vijf wijze maagden de bruid van Christus moeten zien.

Wie zijn de tien maagden?
Volgens deze zienswijze wordt de helft van de gelovigen (de wijze maagden) bij Jezus’ komst opgenomen (1 Thessalonicenzen 4:13-18). De naamchristenen (de dwaze maagden) blijven achter, omdat zij wereldgelijkvormig zijn. Duidelijk is dat de Bijbel ons aanspoort Zijn komst te verwachten. Bekering van boze werken en leven uit verwachting zijn hierin onlosmakelijk met elkaar verbonden (Titus 2:11-15).
De vraag is echter tot wie de Heere Jezus Zich in de gelijkenis richt. Het gaat mijns inziens niet over de gelovigen, die tot de gemeente behoren. De tien maagden zijn namelijk een beeld van het Joodse volk, aan het einde van de grote verdrukking. Dan is het geestelijk gezien middernacht. Vervolgens komt Christus als Bruidegom terug en zien wij dat alleen de wijze maagden tot het bruiloftsfeest mogen toetreden.

De wet, de feesten van de Heer en de Sabbat

De werkelijkheid is van Christus.

De laatste jaren zien wij ook in ons land dat bij veel oprechte christenen de belangstelling en interesse voor de Wet, de Joodse feesten en de Sabbat is toegenomen. Dat is wel te begrijpen, want ook voor ons als Gemeente kunnen we hier veel van leren, net zoals bij de tabernakel. Zo heeft het Oude Testament tal van geestelijke lessen tot opbouw voor de gelovigen in Christus. Maar we moeten in de periode van genade ook oppassen dat we ons niet allerlei wetten en inzettingen laten opleggen. De Schrift waarschuwt ons tenslotte niet voor niets voor allerlei dwaalleringen in de eindtijd.

In Leviticus 23 lezen we over de feestdagen van de Heer, die waren anders dan die van de andere volken. Deze waren uitsluitend bestemd voor de Israëlieten. In de begin- en slotwoorden van dit Schriftgedeelte staat:

  • ‘De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn feesttijden’ (vers 1-2). 
  • 'Zo maakte Mozes de feesttijden des HEREN aan de Israëlieten bekend’ (vers 44).

Al in Paulus’ tijd waarschuwde de apostel voor leraren die Joodse wetten en gebruiken aan gelovigen wilden opleggen. Zo zegt hij tot de gemeente in Galatië: ‘en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van tevoren af aan wilt dienen? U houdt zich aan dagen, maanden, tijden en jaren. Ik vrees voor u dat ik mij misschien tevergeefs voor u heb ingespannen’ (Galaten 4:9-11).
In het O.T. wijzen de Wet en de feesten vooruit naar Christus. Het gaat nu niet om uiterlijke gebruiken, maar om Jezus alleen: 

"Niet mijn kracht, maar Zijn genade"

Jeep van der Schoot (47) is echtgenoot van Joke en vader van drie kinderen: Anna, Daniël en David. Hij werkt als telecomprofessional en is daarnaast spreker en schrijver voor Het Zoeklicht. Vanuit zijn woonplaats Leeuwarden deelt hij vol overtuiging Bijbelse hoop en waarheid, gedreven door een diep besef van Gods genade en zijn eigen geloofsweg.

“Mijn geloofsleven begon al in mijn kindertijd. Ik groeide op in een christelijk gezin en wist al vroeg: ik geloof in de Here Jezus. Mijn moeder speelde daarin een grote rol; we spraken vaak over het geloof, en zij hielp me Christus echt te leren kennen. Als kind had ik het niet altijd makkelijk. Ik worstelde met mijn zelfvertrouwen en vond school moeilijk, maar juist daardoor groeide mijn afhankelijkheid van Hem.”

Een wending op de weg
“Toen ik negentien was, kreeg ik de vraag: ben ik écht opnieuw geboren? Tijdens de voorbereiding van een jeugddienst raakte ik teleurgesteld door een kwetsende opmerking. Onbegrepen en gekwetst reed ik naar huis, maar in de auto sprak God tot mijn hart via Efeze 2:8-9: “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme.’ Op dat moment werd het me helder: mijn redding hangt niet af van wat ik voel of presteer. Het is genade. Ja, ik ben opnieuw geboren.”
Vanaf dat moment begon ik die genade echt te ontdekken. Lange tijd probeerde ik een goed christen te zijn — foutloos, zonder zonde, uit eigen kracht — maar dat hield geen stand. Het gaat niet om mijn eigen inspanning, maar om mijn relatie met de Heere Jezus. Niet mijn kracht, maar Gods genade draagt mij.”

De betekenis van de doop - Wat zegt de Bijbel?

 

De doop is door Jezus ingesteld. In Matteüs 28 lezen we: “Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld” (vers 18-20). 

Jezus’ discipelen kregen een belangrijke opdracht van Hem mee, om alle volken tot Zijn discipelen te maken. Een discipel is een volgeling van de Here Jezus. 
De doopformule wordt hier duidelijk door Jezus Zelf uitgesproken: “en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Deze Drie zijn ÉÉN! Er staat dat wij dopen “in de Naam” (niet Namen), dit is een sterk bewijs van de Goddelijke Drie-eenheid.

Wanneer mag er gedoopt worden?
De Bijbel geeft ons een belangrijke voorwaarde voor de doop. Wie tot geloof is gekomen mag zich laten dopen! De doop van de kamerling uit Ethiopië is een duidelijk voorbeeld. In Handelingen 8 staat: “En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? En hij (Filippus) zeide: indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem” (Hand. 8:36-38).

Voor degenen die nadenken over de doop. De dopeling geeft door de doop een sterk getuigenis af naar de buitenwereld, dat hij (of zij) bij de Here Jezus wil horen (vgl. Handelingen 3:41). En bij die overgave hoort de doop. Het Griekse woord voor "dopen" is baptízo. Dit betekent "dompelen” of “onderdompelen”.

Daniël - Gods weg met Israël en de volken - Nu te downloaden!

Het boek is hier te downloaden.
In februari 2010 kwamen Dick Stichter en ik met elkaar in contact, door middel van mijn website: dekoningkomt.nl
Al snel kwam Dick met het idee om samen een studieboek te gaan schrijven over Daniël. We hebben ons best gedaan om met een toegankelijke verklaring te komen. Het is een geïllustreerde verklaring geworden, met duidelijke tijdlijnen (een uitgave van Het Zoeklicht, september 2012). 

Het boek Daniël geeft ons inzicht over Gods weg met Israël en de volken. Daarin is Christus het Middelpunt in al Gods plannen. Alhoewel aan de profeet Daniël veel werd verklaard, lag er nog wel een bedekking op de profetie, waardoor ook nog veel dingen voor hem verborgen bleven. Zo werd tegen Daniël gezegd: “Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen” (12:4). 
Voor de gemeente van Christus (vooral in deze tijd) is dit geheel anders (Openb. 22:16). De Here bemoedigt ons en dringt er op aan om de profetieën te onderzoeken en die te bewaren in ons hart (1 Tess. 5:20 en Openb. 1:3). In tegenstelling tot Daniël werd tegen Johannes gezegd (90-96 n. Chr.): “En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij” (Openb. 22:10). 

We leven in de laatste dagen, want Christus’ komst is aanstaande. Daarom is het zo belangrijk om over de toekomstige dingen te leren. Wie dat doen worden aangespoord om een heilig leven te leiden en Hem oprecht te verwachten. 
Volgens ons is het duidelijk dat we in profetische tijden leven (vgl. Matt. 24). En dat de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is (Rom. 8:22). Moeten we daar bang van worden? Nee, maar vooral ook niet onverschillig over doen (1 Tess. 5:4-6). Immers, wij hebben een zalige hoop! Wij verwachten de opname van de gemeente (1 Tess. 1:10 en 1 Tess. 4:16-17). Wat een heerlijke troost (1 Tess. 4:18).

De wapenrusting van God (6) - slot

Verwaarloos de profetieën niet!

Het profetische Woord van God omvat ongeveer een derde deel van de Bijbel. En is wat omvang betreft ongeveer zo dik als het Nieuwe Testament. Zo staan in het Oude Testament wel meer dan 300 profetieën over de Messias. En in het Nieuwe Testament meer dan 300 verwijzingen naar Zijn wederkomst. Maar helaas besteden veel christenen vrijwel geen tijd aan het onderzoeken van de Bijbelse profetieën, met alle gevolgen van dien.

De Schrift spoort iedere gelovige aan het profetische Woord te onderzoeken. God belooft hen zelfs dat zij er enorm door gezegend worden. Zo staat er in Openbaring: ‘Zalig (intens gelukkig) is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij’ (1:3; vgl. 22:10).
Hieruit blijkt dat je er zeer goed aan doet om de profetieën in het Woord te lezen en te overdenken.