De wapenrusting van God (1)

Een geestelijk conflict.

Ieder opnieuw geboren christen staat in de frontlinie van een geestelijke oorlog. Deze strijd speelt zich af in de onzichtbare wereld, ofwel in de hemelse gewesten, namelijk tegen de duivel en Gods afvallige engelen. De apostel Paulus beveelt daarom dat het van groot belang is dat de gelovigen zich bekleden met de wapenrusting van God (Efeze 6:10-18). Elk onderdeel is nodig en moet toegepast worden in de strijd, om stand te kunnen houden.

Deze strijd is geen fictie, maar realiteit! Hier moeten we niet bang van worden, maar vooral ook niet onverschillig over doen. De apostel Petrus zegt hierover: ‘Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenstander, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden’ (1 Petrus 5:7-8). De duivel is niet altijd direct herkenbaar, want hij kan zich ook voordoen als een engel van het licht (2 Korinthe 11:14). Argeloze mensen, maar ook degenen die weinig kennis van de Bijbel hebben, zijn hier kwetsbaar voor. In Hosea 4:6 lezen we: ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is’. We mogen niet lichtzinnig doen over geestelijk leiderschap. Christocentrisch preken en onderwijzen is essentieel bij het recht snijden van Gods Woord (2 Timotheüs 2:15).

Wees waakzaam en gereed

Naar de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden. 

De Heere Jezus sprak regelmatig in gelijkenissen, dat deed Hij om geestelijke waarheden duidelijk te maken. Zo wordt de gelijkenis over de tien maagden met een Joodse bruiloft vergeleken (Mattheüs 25:1-13). Extra nadruk ligt hierbij op waakzaamheid en gereedheid van de maagden, bij het wachten op de komst van de bruidegom.

De meeste Bijbeluitleggers zijn het er wel over eens, dat deze gelijkenis betrekking heeft op de wederkomst van Christus. Verschillend wordt er gedacht over wie de tien maagden uitbeelden. Sommigen menen bijvoorbeeld dat wij in de vijf wijze maagden de bruid van Christus moeten zien.

Wie zijn de tien maagden?
Volgens deze zienswijze wordt de helft van de gelovigen (de wijze maagden) bij Jezus’ komst opgenomen (1 Thessalonicenzen 4:13-18). De naamchristenen (de dwaze maagden) blijven achter, omdat zij wereldgelijkvormig zijn. Duidelijk is dat de Bijbel ons aanspoort Zijn komst te verwachten. Bekering van boze werken en leven uit verwachting zijn hierin onlosmakelijk met elkaar verbonden (Titus 2:11-15).
De vraag is echter tot wie de Heere Jezus Zich in de gelijkenis richt. Het gaat mijns inziens niet over de gelovigen, die tot de gemeente behoren. De tien maagden zijn namelijk een beeld van het Joodse volk, aan het einde van de grote verdrukking. Dan is het geestelijk gezien middernacht. Vervolgens komt Christus als Bruidegom terug en zien wij dat alleen de wijze maagden tot het bruiloftsfeest mogen toetreden.

Israël en de eindtijd

Om de tekenen der tijden te leren kennen hebben we Gods Woord nodig. Voldoende kennis van Bijbelse profetie helpt ons om te zien en te begrijpen in welke tijd we leven en wat gaat komen. In dit artikel behandel ik een aantal tekenen ten aanzien van Israël, die op de eindtijd en Zijn wederkomst wijzen. Tijdens ‘de Dag des Heren’ zullen die volledig in vervulling gaan. De gemeente is dan al opgenomen in de hemel (1 Tess. 1:10 en 4:13-18).

Let op de tekenen
Het is voor alle gelovigen een opdracht om op de tekenen van de tijden te letten. Zo verweet de Here Jezus de Farizeeën en Sadduceeën dat zij dit niet (moedwillig?) opmerkten. Hij zei tegen hen:

“Bij het vallen van de avond, zegt gij: Goed weer, want de lucht ziet rood. En des morgens: Vandaag ruw weer, want de lucht ziet somber rood. Het aanzien van de lucht weet gij te onderscheiden, maar kunt gij het de tekenen der tijden niet?” (Matt. 16:2-3)

We lezen verderop in de Bijbel dat de Here Jezus bedroefd werd toen Hij Jeruzalem zag en weende over haar toekomst. Want zij hadden de tijd niet opgemerkt dat God naar hen omzag (Luc. 19:41-44). Ook voor de gemeente is dit een waarschuwing ten voorbeeld, om altijd waakzaam te blijven (vgl. Openb. 3:2-3). 

De vijgenboom, een type van Israël
Israël wordt in de Bijbel met drie bomen vergeleken, met de wijnstok, de olijfboom en de vijgenboom (zie Jer. 11:16; Joël 1:7 en Luk. 21:29). Vanwege Jezus’ uitspraak in Matteüs 21 denken veel christenen dat Gods plannen met Israël zijn afgedaan. Als je leest wat Jezus in vers 18 en 19 zegt, dan lijkt dit in eerste instantie ook zo te zijn:

Doe de wapenrusting van God aan - Standhouden in de eindtijd



Iedere opnieuw geboren christen staat in de frontlinie van een geestelijke oorlog. Deze strijd speelt zich af in de onzichtbare wereld, ofwel in de hemelse gewesten, namelijk tegen de duivel en Gods afvallige engelen. Door de apostel Paulus wordt aan gelovigen de opdracht gegeven om de hele wapenrusting van God aan te trekken. Die helpt om weerstand te bieden aan het kwaad. De Efeze-brief bevat onderwijs over onze positie in Christus, onze levenswandel met Hem en over onze houding tegenover Gods tegenstander (Efeze 6:10-18).

Het boekje 'Standhouden in de eindtijd' geeft Bijbel­se antwoorden en handvatten op de vraag hoe je kunt standhouden in de eindtijd! Het is geschre­ven voor een ieder die verlangt naar geestelijke groei en stabiliteit. 


'Zicht voor kids op eindtijd en profetie' - nieuwe serie bij Het Zoeklicht

Overal kunnen we lezen over de eindtijd. 
Kranten, tijdschriften en andere media staan er vol van. Maar, wat betekent Bijbels gezien nu eigenlijk de eindtijd? Leven we daar nu al in of is het een periode die nog komt? En wat gebeurt er allemaal in de eindtijd? Voor veel volwassenen is het best moeilijk te duiden en te begrijpen, laat staan voor kinderen. 

Wendy Born wil graag op een eenvoudige manier aan kinderen (in de leeftijd van ong. 11-13 jaar)  uitleggen wat de Bijbel vertelt over dit belangrijke onderwerp, en mag hiervoor voor Het Zoeklicht een serie schrijven met de titel 'Zicht voor kids op eindtijd en profetie'. Elke maand zal er een nieuw deel op hun website verschijnen. Op begrijpelijke wijze probeert zij aan de hand van Gods Woord en een passend schema kort maar krachtig uit te leggen hoe 'Het overzicht van de gebeurtenissen' eruit ziet. Je vindt dit overzicht - dat speciaal voor deze serie is ontworpen - in de artikelen. 

Wie wil meelezen of het aan anderen wil doorgeven kan de serie hier vinden. Van harte aanbevolen!

Mocht je vragen hebben over de artikelen voor kids, laat het Wendy dan weten via het contactformulier dat te vinden is onderaan de studies.

Openbaring 12 (een groot teken in de hemel)


Ongetwijfeld is dit één van de moeilijkste hoofdstukken uit Openbaring. De moeilijkheid zit in het hemelteken. Veel gerespecteerde uitleggers grijpen hier terug in de tijd, omdat zij het visioen als boventijdelijk beschouwen (vers 1-5). Anderen houden vast aan de chronologische tijdlijn, door het hemelteken te betrekken op de Grote Verdrukking. Vers 1-6 wordt door hen gezien als de basistekst, waar in vers 7-18 aanvullend commentaar op wordt gegeven.

Belangrijk is dat we begrijpen dat de hoofdstukken 12-14 elkaar enigszins kunnen overlappen.

De ziener bevindt zich hier in het midden van de Laatste Jaarweek. Er is dan nog drieënhalfjaar (een tijd, tijden en een halve tijd) te gaan tot het einde. Belangrijk is dat we opmerken dat vers 19 van Openbaring 11 aansluit op het hemelteken van Openbaring 12: ‘En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de Ark van Zijn Verbond werd zichtbaar in Zijn tempel…’ Aansluitend hierop zag Johannes een groot teken in de hemel, namelijk een vrouw met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren boven haar hoofd (vers 1). Wat heeft dit te zeggen?

Als de Messias in heerlijkheid verschijnt

Toen de Heere Jezus op de berg verheerlijkt werd zagen Petrus, Jakobus en Johannes een profetische vooruitblik van de glorie van de Koning in Zijn Koninkrijk. Even mochten zij Hem zien zoals Hij bij de Vader was, voordat Hij aan de mensen gelijk werd (Filippenzen 2:6-7). 

Op de berg verscheen Hij als Zoon van God en werd de heerlijkheid van de Vader zichtbaar (vgl. Mattheüs 17:1-13). Al dit buitengewone maakt van deze rijke gebeurtenis één van de meest indrukwekkende gedeelten uit de Bijbel. Immers Mozes en Elia verschenen er ook, ter bevestiging dat Hij de beloofde Messias, van Gods toekomstige rijk, is (vgl. Handelingen 1:6).

Zes dagen eerder
Als we uitleg willen geven aan dit Schriftgedeelte is het belangrijk dat we eerst het voorgaande hoofdstuk lezen. Daarin eindigt de Heere Jezus met de volgende woorden: ‘Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden. Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk’ (Mattheüs 16:27-28). 
De vervulling van Jezus’ woorden vond plaats bij Zijn verheerlijking op de berg. Want alle discipelen zijn gestorven. Slechts enigen van hen hebben Hem vóór hun sterven in Zijn koninklijke waardigheid op de berg gezien.

De bedelingenleer (Het dispensationalisme)

Nog niet zolang geleden was het ‘dispensationalisme’ populair in de evangelische kringen. De laatste decennia is de belangstelling voor deze leer enorm afgenomen en wordt zelfs door velen verguisd. Begrijpelijk, vanwege de extremen die er uit voortkwamen, maar niet helemaal terecht. Zien we vooral ook niet een toename van allerlei dwaalleringen in de Gemeente? Zou dat misschien komen omdat er bijna geen kennis meer is van de leer van de bedelingen?

Bij het bestuderen van het Woord van God is het belangrijk dat we Schrift met Schrift vergelijken. Als we dat doen, verklaart de Schrift Zichzelf (2 Timoteüs 3:16-17). De meest eenvoudige uitleg is: lezen wat er staat (2 Petrus 1:20). Natuurlijk hebben we daarbij de hulp van de Heilige Geest nodig. Want zonder Gods Geest kunnen we het Woord niet goed verstaan (1 Korintiërs 2:14). Gebed is daarbij nodig. We mogen Hem vragen Zijn Woord te begrijpen en dit ook in praktische zin te verstaan, bijvoorbeeld voor in onze levenswandel (Psalm 119:105). Zo zijn veel gerespecteerde Bijbeluitleggers ervan overtuigd, dat de ‘bedelingenleer’ ons helpt om het Woord in het juiste perspectief te verstaan. Want hoewel ‘Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is’ (Hebreeën 13:8) doet Hij niet altijd dezelfde dingen.

De Toekomst - Wat staat de wereld te wachten?

Wat staat de wereld te wachten? Wie wil dat nou niet weten? Gods Woord vertelt hier veel over, juist als het gaat over de eindtijd. De vraag is echter of wij ménsen wel weten wat Gods plan is met deze wereld en wat Gods plan is met óns leven? Want dát is wat ons leven inhoud geeft! Het wakkert een verlangen aan om de Here te ontmoeten en een heilig leven te leiden. Maar het maakt ons ook bewust dat velen de Here Jezus nog niet kennen.

De Here Jezus geeft ons de opdracht te letten op de tekenen van de tijd. Het is goed om duidelijkheid te hebben over wat er in hoofdlijnen gaat gebeuren, zoals de Opname van de Gemeente, de Grote Verdrukking, de Wederkomst, het Duizendjarig Vrederijk en bovenal de Volmaakte Eeuwigheid.

Dit boek is toegankelijk, duidelijk en chronologisch geschreven. De schrijver wil duidelijk maken dat Christus centraal staat in Gods plannen en in het profetische Woord. Door grondige studie in de Bijbel mogen we veel van het hoe en wanneer weten. Zo mogen we leven in de verwachting van Jezus’ spoedige komst.

De antichrist en het herstelde Romeinse rijk - Openbaring 13

Toen Johannes zag dat de draak op de aarde werd geworpen, kwam er een vreselijk bloeddorstig beest uit de zee. Daarna zag hij een ander beest, dat opkwam uit de aarde. Het eerste beest is een grote politieke, economische en militaire wereldmacht (vers 4), maar ook een persoon, de antichrist. Het tweede beest is de valse profeet, de rechterhand van de antichrist. We bevinden ons hier in het midden van ‘Laatste Jaarweek’, vlak nadat de zevende engel de zevende bazuin heeft geblazen (Openbaring 11:15).

In Openbaring 12 en 13 komen we drie vreselijke beestmonsters tegen. Dit is een satanische drie-eenheid. De duivel probeert hiermee de heilige Drie-eenheid van God na te bootsen. In Openbaring 12 lezen we over de draak en in Openbaring 13 over het beest uit de (volken)zee en het beest uit de aarde, of het Land (Hebr.: Erets, wordt waarschijnlijk Israël mee bedoeld). Hierin herkennen we de draak als anti-god, het beest als anti-zoon en de valse profeet als, anti-geest. Immers, de vader der leugen is de duivel, de zoon des verderfs is de antichrist en de geest van de tegenstander van God is de geest van de antichrist. Zie Johannes 8:44; 2 Tessalonicenzen 2:3; 1 Johannes 4:3.

De doop in de Geest en de vervulling met de Geest - Wat is het verschil?

We hebben weer een video geplaatst. Het thema is: De doop in de Geest en de vervulling met de Geest - Wat is het verschil? Een onderwerp waar veel vragen over zijn. Want wat is de doop in de Geest precies, wanneer vindt die plaats? Hoe zit het met de vervulling van de Geest, wat betekent dat voor je levenswandel? Kijk en luister naar wat de Bijbel daarover leert. 

                       

"En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was" (Johannes 7:37-39).

De wet, de feesten van de Heer en de Sabbat

De laatste jaren zien wij ook in ons land dat bij veel oprechte christenen de belangstelling en interesse voor de Wet, de Joodse feesten en de Sabbat is toegenomen. Dat is wel te begrijpen, want ook voor ons als Gemeente kunnen we hier veel van leren, net zoals bij de tabernakel. Zo heeft het Oude Testament tal van geestelijke lessen tot opbouw voor de gelovigen in Christus. Maar we moeten in de periode van genade ook oppassen dat we ons niet allerlei wetten en inzettingen laten opleggen. De Schrift waarschuwt ons tenslotte niet voor niets voor allerlei dwaalleringen in de eindtijd.

In Leviticus 23 lezen we over de feestdagen van de Heer, die waren anders dan die van de andere volken. Deze waren uitsluitend bestemd voor de Israëlieten. In de begin- en slotwoorden van dit Schriftgedeelte staat:

  • ‘De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn feesttijden’ (vers 1-2). 
  • 'Zo maakte Mozes de feesttijden des HEREN aan de Israëlieten bekend’ (vers 44).

Al in Paulus’ tijd waarschuwde de apostel voor leraren die Joodse wetten en gebruiken aan gelovigen wilden opleggen. Zo zegt hij tot de gemeente in Galatië: ‘en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van tevoren af aan wilt dienen? U houdt zich aan dagen, maanden, tijden en jaren. Ik vrees voor u dat ik mij misschien tevergeefs voor u heb ingespannen’ (Galaten 4:9-11).
In het O.T. wijzen de Wet en de feesten vooruit naar Christus. Het gaat nu niet om uiterlijke gebruiken, maar om Jezus alleen: