De Messiaanse tempel Het visioen van de nieuwe tempel en haar beek - (Ezechiël deel 4)

Illustratie door architect R. Reinders
In het boek Exodus vinden we de uiteenzetting van de tabernakel. Dit was destijds Gods heiligdom, te midden van een nomadenvolk in de woestijn. Het ontwerp hiervan werd aan Mozes getoond, toen hij veertig dagen met God op de berg Sinaï verbleef (Exodus 25-31). Het profetische Woord geeft ons ook een duidelijke uiteenzetting van een nieuw tempelcomplex, in het Messiaanse rijk (Ezechiël 40-48).

Dit zal een groot en modern gebouw vlakbij de stad Jeruzalem zijn. Van die nog te bouwen tempel sprak de Here Jezus indirect een profetische waarheid, toen Hij de handelaren van het tempelplein verdreef: ‘Staat er niet geschreven, dat mijn huis een bedehuis zal heten voor alle volken? Maar gij hebt het tot een rovershol gemaakt’ (Markus 11:17-18, vgl. Jesaja 56:6-7). In de toekomst zal de nieuwe tempel voor alle volken de allerheiligste plek op aarde zijn (Jesaja 2:2-5 en Haggai 2:8). Bijzonder is dat de Messiaanse tempel in opdracht van de Messias gebouwd wordt (Zacharia 6:12-15). Tijdens het millennium zal dit gebouw zich op de top van de berg bevinden en verheven zijn boven alle bergen en heuvelen op aarde.
De Messiaanse tempel is de vierde tempel. Deze moeten we niet verwarren met de derde tempel, tijdens de grote verdrukking (Daniël 9:27, Mattheüs 24:15, 2 Thessalonicenzen 2:4 en Openbaring 13).

God wil wonen bij de mensen
De Here God had een wens, Hij wilde bij de mensen wonen. Daarom zei God tot Mozes: ‘En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen’ (Exodus 25:8). Zo lezen we in het boek Openbaring: ‘En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God Zelf zal bij hen zijn’ (21:2-4). Als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn gekomen, zal de Here God voor altijd bij de mensen wonen en zal Hij alles in allen zijn (1 Korintiërs 15:28).
Om verwarring te voorkomen is het belangrijk dat we het nieuwe Jeruzalem en de Messiaanse tempel van elkaar onderscheiden. Het nieuwe Jeruzalem is, tijdens de nieuwe aarde, Gods heilige woning. En de Messiaanse tempel is Gods heiligdom tijdens Christus’ heerschappij op aarde, in het duizendjarig rijk (Openbaring 20).

Een letterlijke herbouw van de fysieke tempel
Bij het letterlijk toepassen van de profetieën op Israël (zowel nationaal als geestelijk herstel), hoort mijns inziens ook een letterlijke verklaring van de Messiaanse tempel. In Ezechiël 43 staat: ‘Gij nu, mensenkind, vertel het huis Israëls van de tempel - opdat zij zich schamen over hun ongerechtigheden - en laten zij het model nameten, en als zij zich schamen over alles wat zij bedreven hebben, maak hun dan bekend de vorm van de tempel en zijn inrichting, zijn uitgangen en zijn ingangen, al zijn vormen, al zijn voorschriften, al zijn vormen en al zijn wetten, en schrijf die op voor hun ogen, opdat zij al de vormen en voorschriften ervan nauwgezet ten uitvoer brengen’ (vers 10-11). Dit alles moest Ezechiël opschrijven, zoals: het model, de vorm en de inrichting van de tempel, etc. Dit moet daarom wel om een letterlijk nog te bouwen tempel gaan. Immers, feitelijk heeft deze tempel nog nooit bestaan!

De Heere keert terug in Zijn tempel
Als het nieuwe tempelcomplex gebouwd is, zal er een groot wonder gebeuren. De profeet Ezechiël zegt daarover: ‘En de heerlijkheid des HEREN ging het huis binnen door de poort die naar het oosten gericht was, en de Geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof, en zie, de heerlijkheid des HEREN vervulde het huis’ (Ezechiël 43:4-5). Vervolgens werd tot Ezechiël gezegd: ‘Mensenkind, (dit is) de plaats van Mijn troon en de plaats Mijner voetzolen, waar Ik wonen zal onder de Israëlieten tot in eeuwigheid; …’ (vers 7a). Zo staat er in Psalm 132: ‘want de HERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd’ (vers 13-14, vgl. Zacharia 2:10).

Christus, Gods heerlijkheid
De Here Jezus was regelmatig in de tempel te vinden. Maar nadat Hij het volk en zijn leerlingen had gewaarschuwd voor de huichelarij van de Schriftgeleerden en de Farizeeërs, verliet Hij voorgoed de tempel (Mattheüs 24:1). Zeer tragisch, want over Hem staat geschreven: ‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid’ (Johannes 1:14). Het Woord dat God was, is Mens geworden en heeft onder het volk Israëls getabernakeld. Zij hebben echter de tijd niet opgemerkt dat God naar hen omzag. En in plaats van zegen kwam er vloek. Zo werd de tempel verwoest in 70 n. Chr. en werd het volk door de Romeinen uit hun land gejaagd. Precies zoals Jezus heeft voorzegd: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten’ (Mattheüs 23:37-38). Desondanks blijft God zijn oude verbondsvolk getrouw. Want het profetische Woord laat ons duidelijk zien, dat eens door het oostelijk poortgebouw Gods heerlijkheid (Sjechina) de nieuwe tempel voorgoed zal vervullen. En juist daarom zal die poort voorgoed gesloten blijven: ‘En de HERE zeide tot mij: Deze poort zal gesloten blijven; zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want de HERE, de God van Israël, is daardoor binnengegaan; daarom moet zij gesloten blijven’ (Ezechiël 44:2).

De Gouden Poort
De gesloten oostelijke poort

Er zijn heel wat misverstanden over de gesloten poort in de oostelijke stadsmuur, van het tegenwoordige Jeruzalem (de Gouden Poort). Veel gelovigen verwijzen namelijk naar Ezechiël 44 vers 2. Maar is dat terecht? Wij menen van niet. Immers, de Ezechiëltempel is nog steeds onvervulde profetie. En dit tempelcomplex wordt pas in het vrederijk zo’n 8 km ten noorden van het huidige tempelplein gebouwd. Dat is 15000 el boven de nieuw te bouwen stad Jeruzalem (Ezechiël 48). Het poortgebouw dat door de Turken in het jaar 1530 met stenen werd dichtgemetseld, heeft dus niets te maken met Ezechiëls profetie.

De tempelbeek
Door een Godswonder zal er in het tempelhuis water ontspringen. Vlak bij de buitenste oostpoort van het tempelcomplex ziet Ezechiël het water onder de muur door naar buiten stromen, dat uiteindelijk een diepe beek wordt (Ezechiël 47:1-5). De profeten Joël en Zacharia zeggen hierover:

  • ‘Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des HEREN en zal het dal van Sittim drenken’ (Joël 3:18).
  • ‘Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden’ (Zacharia 14:8).
De rivier zal ergens een aftakking hebben. Waar die aftakking zich precies bevindt, is niet direct helemaal duidelijk. Sommigen denken dat die in het tempelhuis zal zijn en anderen in de stad Jeruzalem. Hoe dan ook, het levende water zal zich dus ergens afsplitsen. Het zal richting het oosten, naar de Dode Zee en richting het westen, naar de Middellandse Zee, stromen.
Overal waar de tempelbeek komt, wordt het water gezond en zal alles tot leven komen. Zelfs de Dode Zee komt tot leven: ‘Vissers zullen erlangs staan van Engedi tot En-Eglaïm; het zal een plaats zijn om de netten uit te spreiden, en de vissen erin zullen van allerlei soort zijn, zoals de vissen van de grote zee, zeer talrijk’ (Ezechiël 47:10).

Allerlei vruchtbomen
Verder lezen we over bijzondere bomen langs de beek: ‘Langs de beek zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten, waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel’ (Ezechiël 47:12). Niemand zal meer ziek hoeven zijn tijdens Christus’ theocratie op aarde (vgl. Jesaja 32:3-4, 33:24, 35:5-6 en 65:20). Toch zal er vanwege de zonde nog sprake zijn van ziekte en dood, maar dat hoeft niet zo te zijn (Jesaja 65:20). 

De toekomst van Jeruzalem
Ondanks de kleine afstand tussen het tempelcomplex en de stad Jeruzalem horen zij in het duizendjarig rijk wel degelijk bij elkaar. Gods heerlijkheid is dan zowel in de tempel als in de nieuwe stad. Dan zal Jeruzalem een betrekkelijk kleine stad zijn met een lengte en breedte van ca. 3 km (Ezechiëls 48:30-35).
In Jeremia 30 vers 18 staat dat de stad op haar puinheuvel herbouwd zal worden (na de grote verdrukking). En in Zacharia 12 vers 6 dat Jeruzalem dan zal blijven voortbestaan op zijn eigen plaats, te Jeruzalem. Dan zal de stad ook een nieuwe naam krijgen: ‘en de naam der stad zal voortaan zijn: de HERE is aldaar’ (Ezechiël 48:35). ‘Jahweh Shamma’: de Heere is daar! De toekomst van Jeruzalem is heerlijk: ‘Ik zal u stellen tot een eeuwige praal, tot een vreugde voor geslacht op geslacht’ (Jesaja 60:15b).

Christus, bron van leven en overvloed
Tot slot nog een bemoediging. Alleen Christus kan geestelijke dorst lessen, omdat Hij de beloofde Messias is. Degenen die tot Hem komen, geeft Hij eeuwig leven en overvloed van geestelijke zegen. Dit mag allemaal ook tot zegen en vreugde voor anderen zijn: ‘En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’ (Johannes. 7:37-38). In Openbaring 22 zegt Jezus: ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet!’ (vers 17). Maranatha! Kom, Here Jezus!

 Het Zoeklicht nr. 10-2025