Eén volk, één Koning en één Herder - De hereniging van Juda en Israël - (Ezechiël deel 2)

In dit artikel staan we stil bij het tweede deel van Ezechiël 37. Daarin voorzegt de Here God dat Juda en Israël als één natie zullen terugkeren naar het beloofde land (vers 15-28). De profeet Ezechiël beeldt dit uit door middel van een symbolische handeling. Hij moest twee stukken hout nemen en die in zijn hand tot één stuk hout samenvoegen, want Juda en Israël zullen in de toekomst herenigd worden tot één koninkrijk.

Oorspronkelijk bestond Israël uit twaalf stammen. Het kende ten tijde van koning Salomo een grote bloeitijd. Door zijn ongehoorzaamheid en ontrouw aan God werd het koninkrijk na zijn dood gesplitst, in een tien- en tweestammenrijk (931 v. Chr.). Wat zijn zoon Rechabeam overhield, waren Juda en Benjamin (1 Koningen 11 en 12). In 721 v. Chr. werd het tienstammenrijk in ballingschap weggevoerd naar Assyrië en in 605 v. Chr. het tweestammenrijk naar Babel (Daniël 1:1-2). Sinds die tijd is de regering op de troon van David onderbroken. De Bijbel noemt die periode ‘de tijden der heidenen’ (Lukas 21:24). In Daniël 2 wordt dit symbolisch uitgebeeld door een imposant statenbeeld.
Het gehele huis van Israël is sinds hun ballingschap in Babel, tot op de dag van vandaag, nog nooit teruggekeerd naar Israël. De terugkeer onder koning Kores, Ezra en Nehemia was slechts een voorvervulling. Ook tijdens Jezus’ bediening op aarde, waren de meeste Joden en Israëlieten nog steeds buiten Israël woonachtig.

De Joodse verwachting van de Messias
De verwachting van de geestelijke leiders in Israël was toen, dat de Messias het juk van Rome zou verbreken en de verstrooiden zou terughalen. De Here Jezus heeft dit toen niet gedaan, daarom wilden zij Hem niet als Messias aannemen. Maar zij waren verblind voor Gods soevereine plan, dat Hij eerst als laatste en volmaakte zondebok moest sterven (Jesaja 53 en Genesis 22:14). Een heilig verzoenoffer, voor iedereen en voor altijd (Hebreeën 8-9).
Wie Gods Woord recht snijdt en kennis heeft van Bijbelse profetie, heeft een zekere hoop en verwachting. Bij Jezus’ wederkomst als Koning zal Hij het koningschap voor Israël herstellen. In Handelingen 3 bevestigt Petrus dit krachtig: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher’ (vers 21). En Jakobus zegt in hoofdstuk 15 dat God Zelf de vervallen hut van David zal herbouwen, en dat Hij dit zal doen in en door Christus, de Messias (vers 16).

Twee stukken hout: Juda en Israël

Wat bijzonder is dit, de profeet Ezechiël moest deze belofte van herstel uitbeelden door middel van twee stukken hout. Op het ene stuk moest hij schrijven: “voor Juda en de Israëlieten die daarbij horen”. En op het andere stuk moest hij schrijven: “voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij hoort”. Vervolgens moest hij beide stukken hout als één stuk hout in zijn hand samenvoegen (Ezechiël 37:17). Dit beeldt symbolisch Israëls herstel in de toekomst uit, tijdens Christus’ theocratie op aarde. Deze beloften kun je overigens niet zomaar op de wereldwijde kerk/gemeente toepassen. Gods Woord zegt namelijk: ‘Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat’ (2 Petrus 1:20).

Eén volk en één koninkrijk
Wanneer zijn volksgenoten Ezechiël vroegen naar de betekenis van het hout in zijn hand, moest hij zeggen: ‘Zo zegt de Here HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één Koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken’ (Ezechiël 37:21-22). Deze Koning is niemand minder dan de Here Jezus Christus. De Wortel van Isaï (Romeinen 15:12). In Lukas 1 lezen over we Hem: ‘Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn Koningschap zal geen einde nemen’ (vers 32-33, vgl. Jeremia 23:5-6).

De koninklijke scepter en Zijn heersersstaf 
Beide koninkrijken (Juda en Israël) zullen één zijn in de hand van de Messias. Dit tot één stuk geworden hout is ook een prachtig symbool van Zijn koninklijke scepter. In Genesis 49 staat: ‘De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen Zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzaam zijn’ (vers 10). Zo lezen we in Psalm 23: ‘Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; Uw stok en Uw staf, Die vertroosten mij’ (vers 4). Hij zal voor hen strijden en overwinnen, wanneer Hij terugkomt als Koning der koningen en Here der heren (Psalm 2:9 en Openbaring 19:15). 
Silo is een Messiaanse titel en betekent: rustbrenger, vredestichter.  

De goede Herder van Israël
Dan zal Hij Zijn schapen uit de volken bijeenvergaderen en hen aan stille wateren doen neerleggen en hen weiden in het beloofde Land. In Ezechiël 34 staat: ‘Ik zal ze midden uit de volken doen uittrekken, uit de landen bijeenvergaderen en ze naar hun eigen land brengen; Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de beekbeddingen en in alle bewoonde streken van het land’ (vers 13). De Here Jezus is de beloofde Herder, daarom noemt de Hebreeënschrijver Hem ‘de grote Herder’ (13:20) en Petrus Hem ‘de Opperherder’ (1 Petrus 5:4) (1).

Israël voor altijd in bezit
In het vrederijk, zal het huis van Juda samen met het huis van Israël terugkeren naar het land Israël, dan worden beide koninkrijken herenigd tot één koninkrijk. Zelfs de volken zullen daarbij helpen, om allen die bij het gehele huis Israëls horen terug te brengen:

  • ‘In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen ten erfdeel gegeven heb’ (Jeremia 3:18).
  • ‘Zo zegt de Here HERE: Zie, Ik zal Mijn hand opheffen tot de volken en Mijn banier omhoog heffen voor de natiën; in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters zullen op de schouder gedragen worden’ (Jesaja 49:22).

Voor altijd zullen zij veilig wonen in het land Israël, als erfelijk bezit. Dan zal Gods volk geheel uit rechtvaardigen bestaan en tot lof onder de volken zijn. Zelfs hun kinderen en kindskinderen worden rechtvaardigen genoemd (Ezechiël 37:24 en Jesaja 60:21). In Genesis 12 heeft God een prachtige belofte aan Abraham gedaan: ‘Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn’ (vers 2; vgl. 28:13).

Een eeuwig verbond
In Ezechiël 37 wordt ook nog iets belangrijks, over een eeuwig verbond, gezegd: ‘Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn;’ (vers 26a). Ook de profeet Jeremia kondigt dit klip en klaar aan: ‘Zie, de dagen komen, luidt het woord des H‌EREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal’ (Jeremia 31:31). Het gaat hier om een nieuw verbond, in Christus’ bloed (Hebreeën 12:24). Door Zijn offer op Golgotha’s kruis, zal de Here God een eeuwige vrede met ‘gans Israël’ sluiten. Er komt dan voor hen een voortdurende zegen, waardoor zij veel vruchtdragen. We noemen die heilsperiode ook wel het duizendjarig vrederijk, of de bedeling van het Koninkrijk (2). De duivel is dan geketend en opgesloten in de afgrond (Openbaring 20:3). In het koninkrijk Israëls zal daarom geen sprake meer zijn van antisemitisme, geweld of verderf, omdat de Vredevorst regeert!

Gods heiligdom en Troon
Tijdens Zijn Koningschap zal men Jeruzalem de Troon van de Here noemen. Daar staat Gods heiligdom voor altijd te midden van Zijn volk, dat is de Messiaanse tempel (Ezechiël 40-43). En alle volken trekken dan massaal op naar Jeruzalem: ‘Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de Troon des HEREN, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de Naam des HEREN te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart’ (Jeremia 3:17). En in Ezechiël 37 lezen we: ‘Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben Die Israël heilig, doordat Mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat’ (vers 27-28).
Pas als Christus in heerlijkheid verschijnt, kan dit alles werkelijkheid worden. Immers alle beloften zijn enkel en alleen in Hem: Ja! (Zie Galaten 3:16 en Hebreeën 1:2). Zo lezen we in 2 Samuël 7, van een heerlijke garantie van de toekomstige Koning van Israël: ‘Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd’ (vers 16). Blijf daarom bidden voor de vrede van Jeruzalem. Hij alleen kan echte vrede brengen!

Het Zoeklicht nr. 8-2025 (Bewerkt op 20-03-2026)

Kanttekening: 
(1). In Johannes 10 zegt Jezus iets opmerkelijks: ‘Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder’ (vers 16). Vaak wordt dit toegepast op het Lichaam van Christus, bestaande uit Joden en niet Joden (vgl. Efeziërs 2:13-16). Maar de schapen die niet van de deze stal zijn, doet ook sterk denken aan Ezechiël 34:12 en 37:22. Want de goede Herder zal van Juda en Efraïm weer één volk, één kudde maken. Maar wellicht heeft Johannes 10:16 wel een dubbele betekenis! 
(2). Er is onder christenen veel verwarring over het Koninkrijk, maar dat is niet nodig, want: “Het Koninkrijk is niet één-vormig; het is onzichtbaar aanwezig in de gemeente van Christus; het zal in de toekomst ook gestalte krijgen in een geheiligd en gereinigd Israël en in het overblijfsel van de wereldvolken” (Huib Verweij: De terugkeer van Jezus Christus, blz. 142).