In het gebied waar Babel was gelegen, lag eertijds waarschijnlijk de hof van Eden. Hier werd de eerste zonde begaan en begon de afvalligheid en opstand tegen God. Deze locatie had satan als hoofdkwartier gekozen in zijn opstand tegen God. De toren van Babel werd gebouwd en de mens wilde naam maken en voor zichzelf een monument en pronkwerk hebben dat tot aan de hemel moest reiken. Nimrod, ‘een geweldig jager’ en type van de antichrist, bouwde Babel en regeerde over zijn koninkrijk. Enkele bekende koningen en vorsten die Babel als hoofdstad van hun koninkrijk hebben gehad, waren bijvoorbeeld: Nebukadnezar, Kores, Ahasveros en Alexander de Grote.
De stad Babel in de eindtijd - Openbaring 18-19:1-5
Het systeem Babel: een geheimenis - Openbaring 17
![]() |
| Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ. |
In de sterke verklaring van Huib Verweij op Openbaring (de terugkeer van Jezus Christus, blz. 197), zegt de auteur dat Babel zowel mannelijk als vrouwelijk is. Het mannelijke Babel is een politieke eenheid, dat is het beest en het vrouwelijke Babel is de valse religie, dat is de grote hoer. Het dienen van andere goden wordt door de profeten in het Oude Testament vergeleken met hoererij. Dit is een gruwel voor God, waar Zijn volk Israël en ook Christus’ Gemeente zich voor moet bewaren. De apostel Paulus zegt in 2 Tessalonicenzen 2: ‘Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn’ (vers 15, vgl. Filippenzen 4:8-9).
De hoer en de bruidChristus zal huwen met een reine bruid, die fysiek wordt uitgebeeld door het Nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:2, 9-10). De bruid van de duivel wordt vergeleken met een hoer, die in de eindtijd fysiek wordt uitgebeeld door de herbouwde stad Babel. Oorspronkelijk was Babel gelegen in het land Sinear. Daar begon de opstand tegen God (Genesis 10:9-10; 11:1-9) en daar zal het ook eindigen, voordat Christus het Koningschap aanvaardt en Zijn bruiloft is gekomen (Openbaring 19:6-7). Bijbels gezien heeft Babel geografisch een enkelzijdige betekenis.
De antichrist en het herstelde Romeinse rijk - Openbaring 13
![]() |
| Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ. |
In Openbaring 12 en 13 komen we drie vreselijke beestmonsters tegen. Dit is een satanische drie-eenheid. De duivel probeert hiermee de heilige Drie-eenheid van God na te bootsen. In Openbaring 12 lezen we over de draak en in Openbaring 13 over het beest uit de (volken)zee en het beest uit de aarde, of het Land (Hebr.: Erets, wordt waarschijnlijk Israël mee bedoeld). Hierin herkennen we de draak als anti-god, het beest als anti-zoon en de valse profeet als, anti-geest. Immers, de vader der leugen is de duivel, de zoon des verderfs is de antichrist en de geest van de tegenstander van God is de geest van de antichrist. Zie Johannes 8:44; 2 Tessalonicenzen 2:3; 1 Johannes 4:3.
Een groot teken in de hemel - Openbaring 12
![]() |
| Illustratie Jos Vanspauwen. Copyright HZ. |
De ziener bevindt zich hier in het midden van de Laatste Jaarweek. Er is dan nog drieënhalfjaar (een tijd, tijden en een halve tijd) te gaan tot het einde. Belangrijk is dat we opmerken dat vers 19 van Openbaring 11 aansluit op het hemelteken van Openbaring 12: ‘En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de Ark van Zijn Verbond werd zichtbaar in Zijn tempel…’ Aansluitend hierop zag Johannes een groot teken in de hemel, namelijk een vrouw met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren boven haar hoofd (vers 1). Wat heeft dit te zeggen?
De vrouw is Israël
Velen denken dat de vrouw een symbolisch beeld is van de Kerk of de maagd Maria. Maar de Kerk heeft geen mannelijk wezen gebaard en Maria vluchtte niet naar de woestijn, maar naar Egypte. De Schrift die Zichzelf verklaart verwijst ons naar de droom van Jozef: ‘Hij zeide: Nu heb ik weer een droom gehad, en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer’ (Genesis 37:9). In de zon zien wij vader Jakob, in de maan moeder Rachel en in de elf sterren, waarvan Jozef de twaalfde is, de twaalf zonen van Israël. Eens zullen alle stammen Israëls zich voor de ware Jozef, Jezus Christus, neerbuigen (Zacharia 12:10). Het kan daarom niet anders dan dat de vrouw Israël is.
Opname en Wederkomst - Een groot verschil
Veel christenen zien het verschil niet tussen de opname van de gemeente en de wederkomst van Christus. Volgens hen zal onze vereniging met Hem bij Zijn wederkomst plaatsvinden. Daarbij wordt ook verschillend gedacht of wij Hem wel of niet letterlijk tegemoet zullen gaan in de lucht. Het is algemeen bekend dat wij bij Het Zoeklicht de opname en de wederkomst wel van elkaar onderscheiden, omdat wij onderscheid zien tussen Gods plan met Israël en de gemeente.
De verschillen in het kort
De opname gaat over Christus komst voor
Zijn gemeente. Dan worden Christus (het Hoofd) en de gemeente (het Lichaam van Christus)
met elkaar verenigd, namelijk op de wolken in de lucht. Dit zal vóór de Grote
Verdrukking plaatsvinden (Openbaring 3:10). Want wij verwachten Hem als Verlosser (Filippenzen
3:20-21) en Zijn niet bestemd tot oordeel (1 Thessalonicenzen 1:10 en 5:9).
Bij Christus wederkomst komt Hij
terug op aarde, met een ijzeren staf, als Rechter en Koning (Openbaring 19:11-16). Dan
zal elke oog Hem zien wederkomen en zet Hij zijn voeten op de Olijfberg (Zacharia
14:4 en Openbaring 1:7). Alle heerlijke beloften voor Israël, over het Messiaanse rijk
en de Koning-Messias, zullen dan ook daadwerkelijk in vervulling gaan (vgl.
Handelingen 1:6 en Jeremia. 32:42). Zie je hoe duidelijk de verschillen zijn?
Wees waakzaam en gereed
Naar de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden.
De meeste Bijbeluitleggers zijn het er wel over eens, dat deze gelijkenis betrekking heeft op de wederkomst van Christus. Verschillend wordt er gedacht over wie de tien maagden uitbeelden. Sommigen menen bijvoorbeeld dat wij in de vijf wijze maagden de bruid van Christus moeten zien.
Wie zijn de tien maagden?
Volgens deze zienswijze wordt de helft van de gelovigen
(de wijze maagden) bij Jezus’ komst opgenomen (1 Thessalonicenzen 4:13-18). De
naamchristenen (de dwaze maagden) blijven achter, omdat zij wereldgelijkvormig
zijn. Duidelijk is dat de Bijbel ons aanspoort Zijn komst te verwachten.
Bekering van boze werken en leven uit verwachting zijn hierin onlosmakelijk met
elkaar verbonden (Titus 2:11-15).
De vraag is echter tot wie de Heere Jezus Zich in de
gelijkenis richt. Het gaat mijns inziens niet over de gelovigen, die tot de
gemeente behoren. De tien maagden zijn namelijk een beeld van het Joodse volk,
aan het einde van de grote verdrukking. Dan is het geestelijk gezien
middernacht. Vervolgens komt Christus als Bruidegom terug en zien wij dat
alleen de wijze maagden tot het bruiloftsfeest mogen toetreden.
"Niet mijn kracht, maar Zijn genade"
“Mijn geloofsleven begon al in mijn kindertijd. Ik groeide op in een christelijk gezin en wist al vroeg: ik geloof in de Here Jezus. Mijn moeder speelde daarin een grote rol; we spraken vaak over het geloof, en zij hielp me Christus echt te leren kennen. Als kind had ik het niet altijd makkelijk. Ik worstelde met mijn zelfvertrouwen en vond school moeilijk, maar juist daardoor groeide mijn afhankelijkheid van Hem.”
Een wending op de weg
“Toen ik negentien was, kreeg ik de vraag: ben ik écht
opnieuw geboren? Tijdens de voorbereiding van een jeugddienst raakte ik
teleurgesteld door een kwetsende opmerking. Onbegrepen en gekwetst reed ik naar
huis, maar in de auto sprak God tot mijn hart via Efeze 2:8-9: “Want door
genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een
gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme.’ Op dat moment werd het me
helder: mijn redding hangt niet af van wat ik voel of presteer. Het is genade.
Ja, ik ben opnieuw geboren.”
Vanaf dat moment begon ik die genade echt te ontdekken.
Lange tijd probeerde ik een goed christen te zijn — foutloos, zonder zonde, uit
eigen kracht — maar dat hield geen stand. Het gaat niet om mijn eigen
inspanning, maar om mijn relatie met de Heere Jezus. Niet mijn kracht, maar
Gods genade draagt mij.”
De wapenrusting van God (6) - slot
Verwaarloos de profetieën niet!
Het profetische Woord van God omvat ongeveer een derde deel van de Bijbel. En is wat omvang betreft ongeveer zo dik als het Nieuwe Testament. Zo staan in het Oude Testament wel meer dan 300 profetieën over de Messias. En in het Nieuwe Testament meer dan 300 verwijzingen naar Zijn wederkomst. Maar helaas besteden veel christenen vrijwel geen tijd aan het onderzoeken van de Bijbelse profetieën, met alle gevolgen van dien.
De Schrift spoort iedere gelovige aan het profetische
Woord te onderzoeken. God belooft hen zelfs dat zij er enorm door gezegend
worden. Zo staat er in Openbaring: ‘Zalig (intens gelukkig) is hij die leest en
zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin
geschreven staat, want de tijd is nabij’ (1:3; vgl. 22:10).
Hieruit blijkt dat je er zeer goed aan doet om de
profetieën in het Woord te lezen en te overdenken.
De wapenrusting van God (5)
Geef de duivel geen voet.
Hoe we elk onderdeel van de wapenrusting zo effectief mogelijk kunnen toepassen is een belangrijke vraag. Niet minder belangrijk is: “Wat zijn de gevolgen als je de geestelijke wapenrusting niet gebruikt?” Met andere woorden: “Wat betekent het voor een christen als je de duivel wel voet geeft?”
De boze buiten de deur van je hart houden begint met een
belangrijk Bijbels principe. De apostel Paulus zegt hierover in Efeze 4: ‘Word
boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, en geef de
duivel geen plaats’ (vers 26-27).
Als iets onrechtvaardigs je ten diepste raakt, hoeft
boosheid niet (direct) zondig te zijn. Maar als je boosheid te lang duurt kan
je hart erdoor verduisterd worden. De Bijbel waarschuwt ons hiervoor.
Geef de boze geen ruimte
Wie de duivel ruimte geeft over zijn boosheid zal vroeg
of laat naar anderen verbitterd worden. Wraakgevoelens en wrok kunnen je leven
gaan beheersen. Dit komt voort uit het zondige vlees. Die koestert
verontwaardiging en zelfmedelijden. Wie hieraan toegeeft zal zijn vreugde in
Christus verliezen. De uitwerking hiervan in het Lichaam (de gemeente van
Christus) is vernietigend. Daarom waarschuwt de Bijbel de gelovigen: ‘geeft de
duivel geen voet’ (NBG). En zoals in Jakobus 4 staat: ‘Onderwerp u dan aan God.
Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten’ (vers 7).
Hoe kan een liefdevolle God mensen naar de hel sturen?
Voor sommigen is het onmogelijk en voor anderen is er
zelfs twijfel over het bestaan ervan. Meestal komt die twijfel omdat zij het
onbegrijpelijk vinden dat juist een God van liefde en genade mensen naar de hel
kan sturen.
Het is opmerkelijk dat de Here Jezus meer dan wie ook sprak over de hel.
Volgens Hem is het een vreselijke locatie van tandengeknars en geween, waar de
verlorenen gepijnigd worden in onuitblusbaar vuur. Dit zou Jezus nooit gezegd
hebben als de hel niet zou bestaan.
Ongetwijfeld is dit het meest ernstige en angstaanjagende vers in de
Bijbel: ‘En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het
boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs’ (Openbaring
20:15). Vanwege dit vers heeft menig oprecht christen zich wel eens zorgen
gemaakt over zijn oude zondige Adamsnatuur. Er kunnen dan vragen komen als: “Is
Christus’ offer wel voldoende voor mijn zonden?”
De wapenrusting van God (4)
De Heere is mijn Helper.
Het Woord van God is het zwaard van de Geest, dit is het enige offensieve wapen van de christen. Gods Woord is uniek! Het is ongehoord krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard (Hebreeën 4:12). Ondanks dit fantastische zwaard zijn al de onderdelen van de wapenrusting nodig. En daarbij is het gebed (in de Geest) een krachtig en noodzakelijk hulpmiddel om weerstand te bieden en stand te houden in de strijd.
Bijzonder is dat Christus zowel het gesproken Woord, als het vlees geworden Woord van God is (Johannes 1:14 en Hebreeën 11:3). Zo is de Bijbel het geschreven Woord van God. Immers, in 2 Timotheüs 3 zegt Paulus: ‘Heel de Schrift is door God ingegeven’ (vers 16). In wezen is ‘heel’ de Schrift van Christus, want in Kolossenzen 3 staat: ‘Laat het Woord van Christus in rijke mate in u wonen’ (vers 16).
De wapenrusting van God (3)
Paulus vergelijkt de gelovigen met soldaten, die tegen de legermachten van de duisternis in oorlog zijn. Zij moeten, goed voorbereid op de strijd, klaar staan, om weerstand te kunnen bieden. Je ogen hiervoor sluiten, of ervoor weglopen is geen optie en kan gevaarlijk zijn. Want een vluchtende soldaat is kwetsbaar van achteren. Wie in Gods kracht klaar staat voor de strijd, heeft zich toegerust met Gods wapens en is in Hem onoverwinnelijk!
De duivel is de god van deze eeuw (Johannes 12:31). Hij is het hoofd van alle boze machten. Vanuit de hemelse gewesten beheersen zij de wereld, zoals wereldleiders, politici en allen die God ongehoorzaam zijn. In 1 Johannes 5 lezen we: ‘Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt’ (vers 19; vgl. Mattheüs 4:8-9). Christenen hebben in Christus een andere positie gekregen. Paulus zegt hierover in Kolossenzen 1: ‘Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde’ (vers 13, NBG).
De wapenrusting van God (2)
Doe de Heere Jezus Christus aan.
In Paulus’ uitleg over de wapenrusting Gods gebruikt hij beelden van de bewapening van een Romeins soldaat. Met als doel standhouden. Standhouden is een militaire uitdrukking. Dit vraagt van alle gelovigen om een actieve houding. Daarbij moeten we dapper zijn in de strijd met de Heere, tegen de listige aanvallen van de boze.
Satan is aanvoerder van al de kwade heersers in de hemelse gewesten. Hij smeedt vreselijke plannen om Gods gemeente om te brengen. Onze strijd is daarom niet tegen mensen, maar tegen boze geesten uit het rijk der duisternis: ‘Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke [machten] van het kwaad in de hemelse gewesten’ (Efeze 6:12). Deze strijd wordt gevoerd op die plaats waar wij met Christus zijn gezet. Met Hem zijn wij in de hemelse gewesten gezet, boven alle macht en kracht van de boze (1:3, 20-23 en 2:6). Gods wapens zijn nodig om weerstand te kunnen bieden, om alle valse redeneringen (barrières tussen God en de mensen) af te breken (2 Korinthe 10:4-6).
De wapenrusting van God (1)
Een geestelijk conflict.
Ieder opnieuw geboren christen staat in de frontlinie van een geestelijke oorlog. Deze strijd speelt zich af in de onzichtbare wereld, ofwel in de hemelse gewesten, namelijk tegen de duivel en Gods afvallige engelen. De apostel Paulus beveelt daarom dat het van groot belang is dat de gelovigen zich bekleden met de wapenrusting van God (Efeze 6:10-18). Elk onderdeel is nodig en moet toegepast worden in de strijd, om stand te kunnen houden.
Deze strijd is geen fictie, maar realiteit! Hier moeten we niet bang van worden, maar vooral ook niet onverschillig over doen. De apostel Petrus zegt hierover: ‘Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenstander, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden’ (1 Petrus 5:7-8). De duivel is niet altijd direct herkenbaar, want hij kan zich ook voordoen als een engel van het licht (2 Korinthe 11:14). Argeloze mensen, maar ook degenen die weinig kennis van de Bijbel hebben, zijn hier kwetsbaar voor. In Hosea 4:6 lezen we: ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is’. We mogen niet lichtzinnig doen over geestelijk leiderschap. Christocentrisch preken en onderwijzen is essentieel bij het recht snijden van Gods Woord (2 Timotheüs 2:15).
Als de Messias in heerlijkheid verschijnt
Toen de Heere Jezus op de berg verheerlijkt werd zagen Petrus, Jakobus en Johannes een profetische vooruitblik van de glorie van de Koning in Zijn Koninkrijk. Even mochten zij Hem zien zoals Hij bij de Vader was, voordat Hij aan de mensen gelijk werd (Filippenzen 2:6-7).
Op de berg verscheen Hij als Zoon van God en werd de heerlijkheid van de Vader
zichtbaar (vgl. Mattheüs 17:1-13). Al dit buitengewone maakt van deze rijke
gebeurtenis één van de meest indrukwekkende gedeelten uit de Bijbel. Immers
Mozes en Elia verschenen er ook, ter bevestiging dat Hij de beloofde Messias,
van Gods toekomstige rijk, is (vgl. Handelingen 1:6).
Zes dagen eerder
Als we uitleg willen geven aan dit Schriftgedeelte is het belangrijk dat we
eerst het voorgaande hoofdstuk lezen. Daarin eindigt de Heere Jezus met de
volgende woorden: ‘Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid
van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn
daden. Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood
niet zullen proeven voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in Zijn
Koninkrijk’ (Mattheüs 16:27-28).
De vervulling van Jezus’ woorden vond plaats bij Zijn verheerlijking op de
berg. Want alle discipelen zijn gestorven. Slechts enigen van hen hebben Hem
vóór hun sterven in Zijn koninklijke waardigheid op de berg gezien.
De bedelingenleer (Het dispensationalisme)
Nog niet zolang geleden was het ‘dispensationalisme’ populair in de evangelische kringen. De laatste decennia is de belangstelling voor deze leer enorm afgenomen en wordt zelfs door velen verguisd. Begrijpelijk, vanwege de extremen die er uit voortkwamen, maar niet helemaal terecht. Zien we vooral ook niet een toename van allerlei dwaalleringen in de Gemeente? Zou dat misschien komen omdat er bijna geen kennis meer is van de leer van de bedelingen?
Bij het bestuderen van het Woord van God is het belangrijk dat we Schrift met Schrift vergelijken. Als we dat doen, verklaart de Schrift Zichzelf (2 Timoteüs 3:16-17). De meest eenvoudige uitleg is: lezen wat er staat (2 Petrus 1:20). Natuurlijk hebben we daarbij de hulp van de Heilige Geest nodig. Want zonder Gods Geest kunnen we het Woord niet goed verstaan (1 Korintiërs 2:14). Gebed is daarbij nodig. We mogen Hem vragen Zijn Woord te begrijpen en dit ook in praktische zin te verstaan, bijvoorbeeld voor in onze levenswandel (Psalm 119:105). Zo zijn veel gerespecteerde Bijbeluitleggers ervan overtuigd, dat de ‘bedelingenleer’ ons helpt om het Woord in het juiste perspectief te verstaan. Want hoewel ‘Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is’ (Hebreeën 13:8) doet Hij niet altijd dezelfde dingen.
Moet je als christen de overheid gehoorzamen?
De Tweede Kamerverkiezingen liggen alweer even achter ons en de onderhandelingen voor een nieuw kabinet zijn nog in volle gang. Voor de een is het een zegen dat de Partij voor de Vrijheid (PVV) de grote winnaar is, maar voor de ander geeft dit een gevoel van onrust en onvrede. Nu de verkiezingen geweest zijn, leeft de vraag steeds meer: ‘moet je als christen de overheid gehoorzamen?’.
De laatste jaren zien we steeds meer dat de politieke
koers in Europa naar rechts gaat. Dat zien we onder andere in landen als
Italië, Griekenland en Polen. Zelfs in Zweden, een land dat stabiel ‘links’
was, hebben de radicaal-rechtse Zweden Democraten eind 2022 voor het eerst
mogen meeschrijven aan het regeerakkoord.
In dit artikel wil ik die politieke verschuiving niet
verklaren, maar wil ik stilstaan bij de tweedeling die ontstaat en dan met name
bij christenen.
Gezag ligt onder druk
Veel christenen in Nederland vragen zich allereerst af of
zij de overheid van ons land wel dienen te gehoorzamen. Wat zegt de Bijbel
hierover? Wat betekent dit vervolgens voor de gelovigen in hun levenswandel?
Dit zijn oprechte vragen. Daarbij wil de Heere God ons door Zijn Woord en Geest
te hulp komen. En in gebed mogen wij Hem om wijsheid vragen.
Het gezag van de overheid ligt in Nederland zwaar onder
druk. Ook onder de gelovigen is het thema ‘de overheid’ een heet hangijzer
geworden. Dit heeft de afgelopen paar jaar zelfs geleid tot scheuringen in
gemeentes en tot gemeenteverlating.
De onvrede is wel begrijpelijk. Denk bijvoorbeeld aan de
toeslagenaffaire, de klimaatdoelstellingen voor 2030, de problemen door
gaswinning in Groningen en het asielbeleid.
Helaas moeten wij constateren dat het centrale bestuur
van ons land de Bijbelse waarden en normen steeds meer loslaat. Denk
bijvoorbeeld aan de abortuswetgeving en de seksuele revolutie. Dit roept bij
christenen vragen op of zij nog wel de wetgeving van Nederland moeten
gehoorzamen.
Oproep tot gebed voor ons land
In onze samenleving en maatschappij worden Bijbelse principes steeds meer losgelaten. Degenen die geestelijk wakker zijn, zien dat dit een wereldwijd probleem is.
In feite is dit wetteloosheid. Dit is in Gods ogen zonde, want: ‘Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid’ (1 Johannes 3:4). We moeten de ernst hiervan niet onderschatten, want de oogst hiervan is verderf.
De mens van de wetteloosheid
Het profetische Woord voorzegt de komst van de antichrist
in de eindtijd. Paulus noemt hem: de mens van de wetteloosheid, de zoon van het
verderf en de tegenstander (2 Thessalonicenzen 2:7-10). Als we goed letten op
het profetische Woord in relatie tot het wereldgebeuren dan zien we duidelijk,
dat de geestelijke machten van het kwaad overuren draaien. De komst van de
wetteloze wordt in alle hevigheid klaargemaakt, door de machten van het kwaad
in de hemelse gewesten. De tijd en het ogenblik waarop hij zich openbaart is
alleen bij God bekend. Maar voordat hij zich kan openbaren zal eerst de
gemeente van deze aarde verwijderd moeten worden bij de opname (2
Thessalonicenzen 2:6-7). Daarna verschijnt hij publiekelijk op het wereldtoneel
(Openbaring 6:2).
Wat bedoelt de Bijbel met Eindtijd?
Eindtijd. Dit betekent niet het einde van de wereld. Het is een slotfase van de menselijke heerschappij onder invloed van Gods tegenstander, satan. De Bijbel noemt hem: “De overste van de macht der lucht” en “de overste der wereld.” Door zijn geest oefent de boze zijn macht op aarde uit (Johannes 14:30 en Efeze 2:2).
De slotfase van de eindtijd wordt in de Bijbel aangeduid als de Dag des Heren. We noemen die periode ook wel de Grote Verdrukking, of Daniëls Laatste Jaarweek.
Wanneer is de Eindtijd begonnen?
Sommige profetie-uitleggers betrekken de eindtijd alleen
op die van de Grote Verdrukking (Matheüs 24:21). Anderen menen dat de eindtijd
is begonnen rond 1882, toen de eerste Joden uit de volken terugkeerden naar
Israël. De Bijbel geeft denk ik, genoeg aanwijzingen dat de eindtijd begonnen
is bij Jezus’ eerste komst en dat de slotperiode van de eindtijd vooral de
Grote Verdrukking omvat (Matheüs 24 en Openbaring 6-19). De schrijver van de
Hebreeënbrief zegt namelijk over Jezus’ eerste komst: “Nadat God eertijds vele
malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij
nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,” (Hebreeën 1:1).
De heilsperiode van de gemeente
De gemeente (het Lichaam van Christus) is begonnen met
Pinksteren, toen de heilige Geest werd uitgestort (1 Korintiërs 12:13 en
Galaten 3:26-28) en eindigt bij de opname van de gemeente. We noemen deze
tijdlijn ook wel de bedeling van genade. Dit is ook de laatste bedeling
voorafgaand aan Christus’ Koninkrijk op aarde.
Een belangrijk kenmerk van de eindtijd is namelijk dat
God Zijn Geest zal uitstorten. Zo citeerde Petrus op de Pinksterdag de volgende
profetie van de profeet Joël: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God,
dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters
zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen
dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in
die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen
geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en
rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de
grote en doorluchtige dag des Heren komt. En het zal zijn, dat al wie de naam
des Heren aanroept, behouden zal worden” (Handelingen 2:17-21).
De verwachting van de Joodse Messias
De komst van de Messias en Zijn Koninkrijk staan centraal binnen het Jodendom. Deze hoop leefde ook sterk bij Jezus’ discipelen. Want zo’n tweeduizend jaar geleden, vlak voor Zijn hemelvaart, vroegen zij Hem: “Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1:6).
In Jezus’ tijd leefde men in Israël in de verwachting dat
de Messias hen zou bevrijden van de Romeinen. Jezus heeft dit toen niet gedaan.
Hij werd gekruisigd als een misdadiger. Vervolgens in 70 n. Chr. werd de tempel
verwoest en het Joodse volk ging in verstrooiing over de gehele aarde.
De algemene verwachting binnen het Jodendom is, dat de
Messias aan de volgende drie kenmerken moet voldoen, namelijk: 1. Hij zal het
juk van Israëls vijanden verbreken, 2. de twaalf stammen van Israël herenigen
(de Joden wereldwijd terughalen) en 3. de tempel te Jeruzalem herbouwen.
Drie belangrijke types van de Messias
Jezus heeft niet gebracht wat de Messias volgens de Joden
moet doen, daarom kunnen zij niet geloven dat Hij hun beloofde Koning-Messias
is.
Zo zijn er volgens het Jodendom tenminste drie
belangrijke types geweest die op de ware Messias lijken, namelijk Mozes, Jozua
en koning David. Maar helaas is de verwachting van de komst van de Messias
onder het Joodse volk wereldwijd sterk afgenomen. Ondanks dat, falen Gods
beloften niet. Hij blijft getrouw (vgl. 2 Timotheüs 2:13).


















.jpg)
