| "En Hij zeide tot mij: Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven?" |
De beenderen zijn Israël
Het profetische Woord van God is duidelijk dat Zijn
plannen met Israël niet zijn afgedaan, maar slechts zijn uitgesteld (Romeinen
11:25-27). Hij komt daarom zowel met de gemeente (een hemels volk) als met
Israël (een aards volk) tot Zijn doel. Daarin is de Zoon van God het Middelpunt
als bron van zegen en vervulling (vgl. Romeinen 11:36 en 2 Korintiërs 1:20).
In het visioen van de dorre doodsbeenderen zien wij ten
diepte Gods genade voor Israël. Immers, het leek met hen gedaan. Alle hoop was
vervlogen, vanwege hun verval in zonde (Psalm 31:11). Maar het komt
uiteindelijk allemaal goed, zowel fysiek als geestelijk. Dat de beenderen
symbolisch heel Israël uitbeelden, blijkt uit wat de Here God Zelf tot de
profeet Ezechiël zegt: 'voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen
zijn het gehele huis Israëls…’ (Ezechiël 37:11a).
Een terugkeer in ongeloof
Het graf van de menigte is een symbolische weergave van de wereld, waarin het volk Israël verstrooid is geraakt. Daaruit zullen zij uiteindelijk ook weer wederkeren, naar hun eigen beloofde land: ‘Daarom profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk, en u brengen naar het land Israëls’ (Ezechiël 37:12).
Sommige Bijbelgetrouwe christenen vragen zich af, of de terugkeer van het Joodse volk en de oprichting van de staat Israël, wel strookt met Bijbelse profetie. Persoonlijk geloof ik dat de Here God hierbij betrokken is en dat Israël het allerbelangrijkste teken van de tijd is! In Jesaja 43 lezen we het volgende, en dit op z’n minst een profetie die al geruime tijd bezig is vervuld te worden: ‘Vrees niet, want Ik ben met u; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde der aarde, ieder die naar Mijn Naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot Mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb. Doet het volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren’ (vers 5-8).
Een fysiek herstel in fasen
Opvallend is dat Israëls fysieke herstel niet direct lijkt plaats te vinden. De profeet Ezechiël zegt namelijk in hoofdstuk 37: ‘Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen (1) zoals zij bij elkander behoorden; ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op (2), en vlees (3), en er trok een huid overheen (4); maar geest was er nog niet in hen’ (vers 7-8). Het lijkt dus veel meer op een herstel in fasen met als hoogtepunt het ontvangen van de levensadem van Gods Geest. Dat is Israëls geestelijke herstel (vers 14). Dit doet sterk denken aan de gelijkenis van de verloren zoon. Zijn vader zei vol van vreugde: ‘want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden’ (Lukas 15:24). Een ander prachtig voorbeeld is de eerste mens Adam. Hij werd een levend wezen toen de Here God Zijn levensadem in hem blies (Genesis 2:7).
De laatste jaarweek en Jakobs benauwdheid
Maar waarom eerst een terugkeer in ongeloof? Profetisch
gezien moet er eerst een groot deel van Israël zijn teruggekeerd. Eerder kan
Daniëls laatste jaarweek niet aanbreken. Immers, de antichrist zal in de
eindtijd nog met Israël een leugenachtig verbond van zeven jaar sluiten. Dat
kan alleen als Israël als staat is hersteld. Het vredesverdrag zal hij na
drieënhalfjaar verbreken (Daniël 9:27). Dan breekt Jakobs benauwdheid aan,
waarin Israël gelouterd en gereinigd wordt (Jeremia 30:4-9 en Zacharia 13:9).
Daarna zullen zij Hem zien komen op de wolken, met grote
macht en heerlijkheid. De finale vervulling van het visioen met de dorre
doodsbeenderen vindt dan daadwerkelijk plaats: ‘Ik zal Mijn Geest in u geven,
zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat
Ik, de HERE, het gesproken en gedaan heb, luidt het woord des HEREN’ (Ezechiël
37:14).
Christus’ wederkomst
Ook in Zacharia 12 lezen we over Israëls geestelijk
herstel, wanneer Jesjoea Hamasjiach (Jezus de Messias) wederkomt: ‘Ik zal over
het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der
genade en der gebeden; zij zullen Hem aanschouwen, Die zij doorstoken hebben,
en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja,
zij zullen over Hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene’ (vers
10).
Degenen die dan nog in diaspora zijn, zullen in geloof
terugkeren, naar het beloofde Land. In Mattheüs 24 staat: ‘En Hij zal zijn
engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen
verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het
andere’ (vers 31).
Israël geestelijk hersteld
Zo zien wij dat Israël bekering nodig heeft voor een
geestelijk ontwaken en een volledig herstel. Want alle heerlijke beloften
aangaande Israëls herrijzenis en het Messiaanse rijk zijn alleen in Hem: ja!
Daar zal uiteindelijk heel het huis van Israël ‘amen’ op zeggen. Dit begint met
het erkennen van de Here Jezus als de ware Messias, de Koning van Israël: ‘Want
Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend
Hij, Die komt in de Naam des Heren!’ (Mattheüs 23:39). De profeet Hosea zegt
daarover in hoofdstuk 6: ‘Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te
kennen. Zo zeker als de dageraad is Zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de
regen, als de late regen, die het land besproeit’ (vers 3).
De Here God zal tot Zijn doel komen met Zijn volk, omdat Bijbelse profetie vast en zeker is! Laten we daarom blijven bidden voor de behoudenis van Israël.
Het Zoeklicht nr. 7-2025 (bewerkt op 09-03-2026)
